|
Elke tweede zondag van augustus beleeft Cazalla de la Sierra haar
allermooiste dag: de dag van de Romería. Dit is de bedevaartstocht van de
beschermheilige van het dorp, la Virgen del Monte (de Maagd van de Berg).
De legende vertelt dat een herder op een dag op zoek was naar water voor
zijn schapen. Hij vond een bron bij een kleine grot, waarin hij een
beeldje aantrof. Hij dacht aan zijn dochtertje en nam het beeldje mee naar
huis, maar toen hij daar zijn tas opendeed, was het beeldje verdwenen.
Toen hij later weer bij de bron kwam, was er iets veranderd en hij begreep
meteen wat er aan de hand was: het beeldje was de Maagd María met het
Kindje Jezus in haar armen. De herder knielde neer, begon te bidden en
hoorde in zijn hart: “Ik wil dat er op deze plek een kerk gebouwd wordt en
dat dit beeldje daar neergezet wordt, dat dit een plek wordt van
ontmoeting en verering van God, dat de deuren altijd openstaan en dat
iedereen die hier komt vrede en liefde vindt.”
Het nieuws over deze gebeurtenis verspreidde zich snel en een grote
menigte vergezelde de lokale autoriteiten toen deze naar de uitverkoren
plek gingen en zagen dat wat de herder verteld had, waar was. Diezelfde
dag begon men met de bouw van de kerk en het beeldje dat in de grot was
gevonden werd de Maagd van de Berg genoemd. Vele wonderen werden aan haar
toegeschreven en in 1635 werd zijn tot beschermheilige van het dorp
verklaard.
Denk nu niet dat de Romería een ingetogen en zeer religieuze gebeurtenis
is, integendeel, het is één groot uitbundig feest. In de loop van de
ochtend verzamelen de Cazalleros zich in het “Parque del Moro” aan de rand
van het dorp, om rond een uur of 9 richting de kapel van de Virgen del
Monte te vertrekken. De dames hebben hun mooiste flamencojurken aan en
bloemen in hun haar, de heren prachtige ruiterpakken en een statige
“sombrero” op. De tocht naar de kapel, die zich ongeveer 4 kilometer
buiten het dorp bevindt, gaat met koetsen, versierde wagens achter een
tractor, te paard, te voet, en later op de dag mag je ook met de auto
erheen. De dag brengen we door in het bos rond de kapel, waar dus het
befaamde beeldje staat. We lopen rond, kletsen met iedereen, eten,
drinken, zingen, dansen. Het mooiste van deze feestdag vind ik dat het nog
helemaal niet gecommercialiseerd is. Er staat één tentje waar je iets te
drinken kunt kopen, meer niet, want iedereen neemt zijn eigen eten en
drinken mee. Daags tevoren staan de vrouwen de hele dag in de keuken om de
lekkerste hapjes klaar te maken, die tijdens de Romería met iedereen
gedeeld worden. Iedereen heeft dan ook een beker aan een lint om zijn nek
hangen, want als je rondloopt krijg je overal wel iets te drinken
aangeboden.
Om een uur of vijf begint het meest emotionele gedeelte van de bedevaart:
eerst is er een gezongen mis en daarna wordt het Mariabeeldje door een
groep sterke mannen uit de kerk gehaald en op een ossenwagen gezet, ze
wordt door iedereen luid toegejuigd, versierd met bloemen, en dan gaat ze
op weg naar het dorp. De stoet houdt elke 500 meter halt, om te drinken,
te dansen en te zingen. Zo gaat ze het hele dorp rond totdat ze ver na
middernacht pas in de grote kerk aankomst, waar ze twee maanden blijft om
daarna weer terug te keren naar haar eigen kapel in de bergen.
Drie dagen later begint de Feria: van woensdag tot en met zondag is het
feest, met paarden, met muziek, en vooral met kermis.
|